Zomertentoonstelling 2016

Dit jaar was de tentoonstelling een groot succes wat resulteerde in een bezoekers record: ruim 100 bezoekers! De titel was van Walvisch tot badpak met als ondertitel Aartswoud en de zee. Aartswoud lag immers tot 1930 aan de Zuiderzee. Na inpoldering van de Wieringermeer veranderde de ligging en het leven van en rond het dorp Aartswoud. Het dorp had tot dan een nauwe band met de zee. Walvisvaarders uit het dorp gingen naar ‘De Noord’. Er was visserij en handel met de noordelijke landen. De tentoonstelling van 2016 gaf een beeld van het leven in Aartswoud toen het nog lag aan de Zuiderzee. Speciale historische land kaarten waar en hoe Aartswoud toen nog aan de Zuiderzee lag. Van een Kleine collecttie badpakken en zwemkleding uit het verleden tot grote delen van een 4000 jaar oud walvisskelet tot modellen van schepen die een connectie hebben met de Zuiderzee. Foto's van visserij en waterpret aan de dijk. Archeologische vondsten die een beeld geven van de handel die werd gedreven met andere landen van en naar Aartswoud. De culturele werkgroep is er in geslaagd om ook dit jaar weer een interessante tentoonstelling in te richten in de kerk van Aartswoud  Van Zuiderzee naar IJsselmeer De Zuiderzee was een grote binnenzee die rond het jaar 1200 ontstond als gevolg van een serie overstromingen. De Zuiderzee zorgde voor veel stormvloeden en overstromingen waarbij grote schade werd aangericht en veel slachtoffers vielen. Om de natuurrampen te stoppen, werd er in de 17de eeuw een plan bedacht om de Noordzee en de Zuiderzee van elkaar te scheiden. Dit resulteerde uiteindelijk in de aanleg van de Afsluitdijk (1927- 1932). Hiermee hield de Zuiderzee op te bestaan en werd de naam van het binnendijkse water veranderd in IJsselmeer. Handel Havensteden zoals Kampen, Stavoren, Elburg en Harderwijk namen in de middeleeuwen deel aan de Oostzeehandel en waren lid van het Hanzeverbond. Dit internationale koopliedenverbond was vooral in de 14de en 15de eeuw een machtige economische factor. In het tijdperk van de Nederlandse Koloniën werden steden aan de westelijke oever van de Zuiderzee zoals Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik steeds belangrijker. Met de voltooiing van het Noordzeekanaal in 1875, werd de Zuiderzee voor Amsterdam strategisch gezien vrijwel overbodig. De Gouden Eeuw De 17de eeuw noemen we in Nederland de Gouden Eeuw. Nederland was in deze periode één van de rijkste en machtigste landen. Dit kwam met name door de snel groeiende handel. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), opgericht in 1602, was de grootste handels- en transportonderneming ter wereld. De Zuiderzee was in die eeuw zeer belangrijk voor de VOC-handelsvloot. Zonder de mogelijkheid van scheepvaart op de Zuiderzee was de Gouden Eeuw er waarschijnlijk niet geweest. Nadeel was dat de tocht over de Zuiderzee soms zeer gevaarlijk was. Stormen en ondiepten in de bodem konden de oorzaak zijn van schipbreuken. Er zijn dan ook honderden wrakken in de bodem van Flevoland gevonden. Visserij De Zuiderzee zorgde vóór de afsluiting voor een belangrijke bron van inkomsten voor vissers. Vooral rond 1900 zorgde de visserij op haring en ansjovis voor goede inkomsten voor de vissers in de havenplaatsen gelegen aan de Zuiderzeekust. Na de voltooiing van de Afsluitdijk werd het zoute water geleidelijk aan steeds zoeter. Hierdoor verdwenen de meeste vissen, alleen de paling, snoekbaars en spiering konden standhouden. Dit betekende de nekslag voor de duizenden vissers die eerder op de Zuiderzee hun boterham verdienden. Alle vissershavens aan de voormalige Zuiderzee verdwenen, met uitzondering van Urk. De afsluitdijk en inpoldering In 1918 werd de 'Wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee' aangenomen. Twee gebeurtenissen hadden de doorslag gegeven: het voedseltekort na de Eerste Wereldoorlog waardoor nieuwe landbouwgrond nodig was en een grote stormvloed in 1916. In 1920 begon men met de Amsteldiepdijk, deze dijk was 2,5 kilometer lang en vormde een goede oefening voor de Afsluitdijk die in 1932 gedicht werd. De Wieringermeerpolder was in 1930 gereed als eerste Zuiderzeepolder. Tussen 1936 en 1968 werden de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland droog gemalen.
Culturele  Werkgroep Aartswoud
17-09-2017 © Culturele Werkgroep Aartswoud
is het koud in Aartswoud ?
Wintertijd
 17-09-2017 © CultureleWerkgroep Aartswoud

Zomertentoonstelling 

2016

Dit jaar was de tentoonstelling een groot succes wat resulteerde in een bezoekers record: ruim 100 bezoekers! De titel was van Walvisch tot badpak met als ondertitel Aartswoud en de zee. Aartswoud lag immers tot 1930 aan de Zuiderzee. Na inpoldering van de Wieringermeer veranderde de ligging en het leven van en rond het dorp Aartswoud. Het dorp had tot dan een nauwe band met de zee. Walvisvaarders uit het dorp gingen naar ‘De Noord’. Er was visserij en handel met de noordelijke landen. De tentoonstelling van 2016 gaf een beeld van het leven in Aartswoud toen het nog lag aan de Zuiderzee. Speciale historische land kaarten waar en hoe Aartswoud toen nog aan de Zuiderzee lag. Van een Kleine collecttie badpakken en zwemkleding uit het verleden tot grote delen van een 4000 jaar oud walvisskelet tot modellen van schepen die een connectie hebben met de Zuiderzee. Foto's van visserij en waterpret aan de dijk. Archeologische vondsten die een beeld geven van de handel die werd gedreven met andere landen van en naar Aartswoud. De culturele werkgroep is er in geslaagd om ook dit jaar weer een interessante tentoonstelling in te richten in de kerk van Aartswoud  Van Zuiderzee naar IJsselmeer De Zuiderzee was een grote binnenzee die rond het jaar 1200 ontstond als gevolg van een serie overstromingen. De Zuiderzee zorgde voor veel stormvloeden en overstromingen waarbij grote schade werd aangericht en veel slachtoffers vielen. Om de natuurrampen te stoppen, werd er in de 17de eeuw een plan bedacht om de Noordzee en de Zuiderzee van elkaar te scheiden. Dit resulteerde uiteindelijk in de aanleg van de Afsluitdijk (1927- 1932). Hiermee hield de Zuiderzee op te bestaan en werd de naam van het binnendijkse water veranderd in IJsselmeer. Handel Havensteden zoals Kampen, Stavoren, Elburg en Harderwijk namen in de middeleeuwen deel aan de Oostzeehandel en waren lid van het Hanzeverbond. Dit internationale koopliedenverbond was vooral in de 14de en 15de eeuw een machtige economische factor. In het tijdperk van de Nederlandse Koloniën werden steden aan de westelijke oever van de Zuiderzee zoals Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik steeds belangrijker. Met de voltooiing van het Noordzeekanaal in 1875, werd de Zuiderzee voor Amsterdam strategisch gezien vrijwel overbodig. De Gouden Eeuw De 17de eeuw noemen we in Nederland de Gouden Eeuw. Nederland was in deze periode één van de rijkste en machtigste landen. Dit kwam met name door de snel groeiende handel. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), opgericht in 1602, was de grootste handels- en transportonderneming ter wereld. De Zuiderzee was in die eeuw zeer belangrijk voor de VOC-handelsvloot. Zonder de mogelijkheid van scheepvaart op de Zuiderzee was de Gouden Eeuw er waarschijnlijk niet geweest. Nadeel was dat de tocht over de Zuiderzee soms zeer gevaarlijk was. Stormen en ondiepten in de bodem konden de oorzaak zijn van schipbreuken. Er zijn dan ook honderden wrakken in de bodem van Flevoland gevonden. Visserij De Zuiderzee zorgde vóór de afsluiting voor een belangrijke bron van inkomsten voor vissers. Vooral rond 1900 zorgde de visserij op haring en ansjovis voor goede inkomsten voor de vissers in de havenplaatsen gelegen aan de Zuiderzeekust. Na de voltooiing van de Afsluitdijk werd het zoute water geleidelijk aan steeds zoeter. Hierdoor verdwenen de meeste vissen, alleen de paling, snoekbaars en spiering konden standhouden. Dit betekende de nekslag voor de duizenden vissers die eerder op de Zuiderzee hun boterham verdienden. Alle vissershavens aan de voormalige Zuiderzee verdwenen, met uitzondering van Urk. De afsluitdijk en inpoldering In 1918 werd de 'Wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee' aangenomen. Twee gebeurtenissen hadden de doorslag gegeven: het voedseltekort na de Eerste Wereldoorlog waardoor nieuwe landbouwgrond nodig was en een grote stormvloed in 1916. In 1920 begon men met de Amsteldiepdijk, deze dijk was 2,5 kilometer lang en vormde een goede oefening voor de Afsluitdijk die in 1932 gedicht werd. De Wieringermeerpolder was in 1930 gereed als eerste Zuiderzeepolder. Tussen 1936 en 1968 werden de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland droog gemalen.
Culturele Werkgroep Aartswoud
zomertentoonstelling
Wintertijd
is het koud in Aartswoud ?